Lage-inkomensvoordeel

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Een laag loon is in 2018 een gemiddeld uurloon van minimaal €9,82 en maximaal €12,29. De hoogte van het LIV wordt bepaald door het aantal verloonde uren dat in de loonaangifte wordt opgenomen en het gemiddelde uurloon van de werknemer.

Aantal verloonde uren:

Om in aanmerking te komen voor het LIV moeten er voor de werknemer op jaarbasis tenminste 1248 verloonde uren in de loonaangifte worden opgenomen. Dit komt overeen met een werknemer die gedurende een volledig jaar 24 uur per week werkt.

Gemiddelde uurloon:

Het LIV wordt berekend op basis van het gemiddeld uurloon van de werknemer. Voor de berekening van het gemiddeld uurloon gebruikt de werkgever het loon in kolom 8 van de loonstaat.

De hoogte van het LIV:

De hoogte van het LIV wordt bepaald door het aantal verloonde uren te vermenigvuldigen met de tegemoetkoming per verloond uur. De tegemoetkoming per verloond uur is onder te verdelen in twee groepen:

Aanvragen lage-inkomensvoordeel:

Als werkgever hoeft u geen actie te ondernemen om het LIV te ontvangen. UWV berekent de hoogte van het LIV op basis van de werknemersgegevens uit uw aangifte loonheffingen die in de polisadministratie zijn opgenomen en levert deze gegevens vervolgens aan de Belastingdienst. De Belastingdienst keert het LIV vervolgens medio september in het volgende kalenderjaar automatisch uit.

Meer informatie over het berekenen en toepassen van het lage-inkomensvoordeel vindt u in stap 5 van het handboek loonheffingen van de Belastingdienst en in het kennisdocument WTL.