Loonkostenvoordelen

Vanaf 1 januari 2018 is de systematiek van premiekortingen vervangen door loonkostenvoordelen (LKV). Net als premiekortingen, maken LKV het voor werkgevers financieel aantrekkelijker om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Het verschil met premiekortingen is dat de Belastingdienst bij LKV achteraf een tegemoetkoming uitbetaald op basis van het aantal verloonde uren in een jaar, in plaats van dat u de premiekorting zelf per aangiftetijdvak met de verschuldigde premies moet verrekenen. Er zijn vier soorten loonkostenvoordelen:

De werkgever heeft recht op LKV zolang de dienstbetrekking bestaat, maar maximaal 3 jaar en uiterlijk totdat de werknemer de AOW-leeftijd bereikt. Voor het loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer geldt maximaal 1 jaar recht op LKV en uiterlijk tot het bereiken van de AOW-leeftijd.

Aanvragen loonkostenvoordelen

Om een loonkostenvoordeel aan te vragen dient u in de aangifte loonheffingen in het betreffende tijdvak de indicatie voor het betreffende loonkostenvoordeel op ‘ja’ te zetten. U moet dan wel een doelgroepverklaring hebben. De werknemer moet zo’n doelgroepverklaring zelf aanvragen bij zijn uitkeringsinstantie (UWV of gemeente).

Uitbetaling loonkostenvoordelen

Het loonkostenvoordeel wordt medio september in het volgende kalenderjaar door de Belastingdienst uitbetaald. Het loonkostenvoordeel over 2018 wordt dus in 2019 door de Belastingdienst uitbetaald.

Samenloop loonkostenvoordelen en lage-inkomensvoordeel

LKV en het lage-inkomensvoordeel (LIV) kunt u niet combineren. Heeft u recht op zowel LKV als het LIV, dan geldt het financieel meest gunstige instrument.

Meer informatie over loonkostenvoordelen vindt u in het kennisdocument WTL.